Liefde op het eerste gedicht: ‘Do not stand at my grave and weep’

Toen ik een half leven geleden op de kunsthumaniora een gedicht moest uitzoeken voor een improvisatie oefening, herinnerde ik mij een prachtige grafrede die ik ooit had gelezen in de krant. In die grafrede stond een gedicht. Dat wilde ik gebruiken.
Een half leven geleden bestond er niet zoiets als internet dus bracht ik vele uren door in de bibliotheek en scrolde doorheen de microfilms De Standaard.
Daar stond het. ‘Do not stand at my grave and weep’ van Mary Elizabeth Frye.

 

Do not stand at my grave and weep,

I am not there, I do not sleep.

I am in a thousand winds that blow,
I am the softly falling snow.
I am the gentle showers of rain, 

I am the fields of ripening grain.
I am in the morning hush, 

I am in the graceful rush

of beautiful birds in circling flight. 

I am the starshine of the night. 

I am in the flowers that bloom,
I am in a quiet room. 

I am in the birds that sing, 

I am in each lovely thing. 

Do not stand at my grave and cry.
I am not there. I do not die. 

 

Ondertussen is het dankzij dit internet helemaal geen onbekende meer. Toch doet haar bekendheid geen afbreuk aan mijn liefde op het eerste zicht. Op het moment dat ik het leerde kennen trok men in twijfel of het Frye het wel zelf schreef maar in 1998 bevestigde Abigail van Buren het auteurschap in haar onderzoek.

 

Het gedicht stal mijn hart om verschillende redenen.

 

Allereerst is er het verhaal achter dit gedicht. Volgens de overlevering, helaas geen bevestigde bron, schreef Mary dit gedicht voor een jonge joodse vrouw wiens moeder overleed in Duitsland. Omwille van het nazi bewind was het onmogelijk om naar de begrafenis te gaan en Mary schreef deze prachtige tekst als onderdeel van haar deelneming.

 

Ze zou zich ook hebben laten inspireren door de First Americans met hun cirkel van het leven: het geloof in een repetitieve cirkel van leven en dood.
Zelf houd ik ook van haar natuurgerichte visie op de dood dat we deel zijn van de natuur en we na onze dood terugkeren naar de natuur. Gebaseerd op deze visie schreef ik zelf een kort stukje (n.v.d.r. ik was een Edgar Allen Poe-achtige puber met een bijzondere fascinatie voor de dood. Niet voor niets speelde ik als kind begrafenisondernemer)

Dit is mijn tekst:

 

Do not stand at my grave and weep. 

I am not dead. I do not sleep.
I did not die. I am not doomed.
I just returned to my mothers womb. 

 

Terug naar het gedicht van Frye dat ook de eeuwigheid van het leven uitdrukt en troost biedt aan de achterblijvers. Die troost uit ze met de boodschap dat je de overledene in elk voorwerp en in de natuur terugvindt. Voor mijzelf is het een uitnodiging om diep in te gaan op de herinneringen die ik heb met de overledene en deze te gebruiken om te denken aan en te houden van.

 

Als laatste vind ik het ook een prettig gedicht om luidop te lezen, zeker de engelse versie. Het bekt goed. Het heeft een golvende manier van spreken en leest als een lied. Dankzij de eerder eenvoudige zinnen en woordkeuze ga ik voluit in de cadans. Het gebeurt wel eens dat ik dit gedicht – wanneer ik het thuis inoefen voor een uitvaart – sta te zingen.

 

Ziezo, dit was mijn gedicht waar ik nog veel meer over zou kunnen vertellen maar ik laat jou liever zelf ontdekken op welke manier het jou raakt.